Kosten van normen
November 2025 – Wat zijn nu de kosten van normen? Eerder kwam vanuit de overheid dat een deel van normen (voornamelijk utiliteit) vrij beschikbaar worden. Maar levert dit nu kostenreductie in het ontwerpproces? Of zitten de kosten van normen in een ander kader?
Een norm aanschaffen is eenvoudig: een bestelknop, een PDF-download, een factuur. De werkelijke investering begint pas daarna ook al zijn de normen vrij beschikbaar gesteld. In de context van de Machinerichtlijn (en natuurlijk de verordening machines)zit de waarde van normen namelijk niet in de aankoopprijs, maar in het begrijpen van hun samenhang, interpretatie en toepasbaarheid binnen een concreet technisch ontwerp- en complianceproces. En nee daarmee is het niet zo dat het aanschaffen van normen niet in de papieren kan lopen, want als er al snel 10-tallen normen nodig zijn dan kunnen ook deze kosten aanzienlijk oplopen.
De verborgen kosten: kennisabsorptie en denkkracht
Normen zoals EN-ISO 12100, EN-ISO 13849-1, EN 1990 of sectorspecifieke C-normen zijn geen kant-en-klare gebruiksaanwijzingen. Ze veronderstellen deskundigheid, ervaring, ontwerpvermogen en inzicht in risico-gestuurde besluitvorming. Het doorgronden van deze documenten vereist intensieve analyse, herinterpretatie bij elke technische wijziging en voortdurende scholing. De kosten zitten dus in uren van cognitieve engineering – niet in euro’s.
Verbanden tussen normen
De Machinerichtlijn werkt volgens een normatief ecosysteem. Normen staan niet naast elkaar, maar interacteren met elkaar. Dat maakt dat het nodig is om over normen heen te kunnen kijken en te begrijpen waarom er een samenhang is tussen verschillende A, B- en C-normen. Hierbij wordt de basis gevormd door de ISO 12100, elke een verlengstuk is vanuit de wetgeving (Machinerichtlijn en de Verordening machines). Daaronder gekoppeld de B normen (gevaarsaspecten en veilgheidsvoorzieningen). En daarnaast staan de C normen die een bepaalde sector of groep machines bedienen. Het leggen van die dwarsverbanden vraagt systematische interpretatie, abstract denken en scenario-analyse. Dit is het gebied waar fouten vaak ontstaan en organisaties vertraging oplopen.
Complexiteit neemt toe door context
Normen zijn generiek, machines zijn uniek. Daar waar normen generaliseren, hebben we als mensen de kracht om elke machine uniek te maken (uiteraard seriematig daargelaten, hoewel we daar ook voorbeelden van kennen die ook binnen seriebouw naar unieke vragen van klanten gaan). De kenniscomponent wordt daarmee contextspecifiek, waarbij verschillende onderwerpen kunnen spelen, zoals bijvoorbeeld:
- productconfiguratie
- applicatievariaties en grenscondities
- software-gedrag
- onderhoudsfilosofie
- menselijke factoren
- lifecycle-positionering (design → assemblage → integratie → retrofit → buitengebruikstelling)
Het construeren van deze brug tussen norm en praktijk is een professioneel kenniskapitaalvraagstuk – geen aankoopvraagstuk. Dit wordt vergaard door tijd en gebruik, inzicht door professionals. Hiermee is het mogelijk om 80% van de oplossingen generiek te maken en het werk te verschuiven naar de 20% unieke configuraties. Daar zit het werk en de energie, maar ook het werk wat uitdagend is. Waar engineers zich kunnen ontwikkelen. (Dat vlak lukt Artificial Intelligence nog niet om op mee te spelen, daar zitten onze unieke kwaliteiten als mensen).
Conclusie
Normen onder de Machinerichtlijn zijn de opbouw naar een kennisinfrastructuur gedragen door professionals (engineers), oftewel het kapitaal. Daarom is de kernvraag niet: hoe duur is een norm? maar: hoe volwassen is onze organisatie in het interpreteren, toepassen, combineren en valideren ervan binnen onze eigen ontwerpfilosofie? Zonder dit vermogen blijft een norm een PDF. Met dit vermogen wordt het een strategisch ontwerp-instrument.
Martijn Drost – november 2025