Machine producten verordening 2021/0105: Waarom?

Januari 2022, dit artikel is een vervolg op ‘Het proces’ en ‘De Bijlagen

De nieuwe tekst (Verordening voor machineproducten)is in april 2021 gepubliceerd vanuit Europa. Schokkende wijzigingen, nee. Zal de verordening een grote impact achterlaten, niet direct. Maar, let op, er zitten een aantal veranderingen en aanpassingen in de verordening die wel een aanzienlijke invloed kunnen hebben. In deze bijdrage een een korte blik, waarom het nodig is om de richtlijn te vervangen. De basis is simpel, door opkomende technieken is de huidige richtlijn niet meer volledig ingericht om hierop in te spelen.

Stand der techniek, bijblijven

Het doel van de Machinerichtlijn is in essentie ervoor zorgen dat er alleen maar veilige machine (producten) op de markt in de Europa komen (feitelijk gezien is het binnen Europa het waarborgen van de interne markt). Nu weten we allemaal dat de techniek zoals die in het ontwerpen van de Machinerichtlijn in 2006 anders is dan nu (2022). De techniek maakt enorme sprongen vooruit. Dat betekent ook op het gebied van veiligheid. Ook al zal veiligheid altijd iets ‘naijlen.’ Het moet namelijk eerst worden bewezen. Nu is een periode van 15 a 16 jaar op technisch vlak lang te noemen. Het is daarmee tijd dat de stand der techniek en de wetgeving gelijk blijven lopen.

In dit artikel over het kader van de richtlijn, is al gesproken over de ‘grenzen.’ Waar nu de grens ligt, over wat acceptabel is en wat niet. De wetgeving moet het liefst vooruit lopen op de techniek. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Maar de wetgeving dient minimaal zo ingericht te zijn dat deze nieuwe technieken niet verhindert.

Enkele technieken

Zo geld dat nu ook met nieuwe technieken als ‘Artifical Intelligence,’ wat misschien in de machinebouw wereld wat verder weg lijkt, maar zeker niet is (zie dit stukje over ‘robots doen het zelf)’. Maar zeker wat al lange tijd speelt is ‘cyber security.’ De beveiliging van netwerken. Machines kunnen op afstand worden bediend en bestuurd, maar dat betekent ook blootstelling aan deze risico’s. En natuurlijk het welbekende fenomeen, de cobot. Ofwel het werken in de nabijheid van ‘machines.’ Dit zijn maar enkele punten waarop technische aanpassing nodig is. Hoewel het huidige kader in bijlage I van de Machinerichtlijn hiervoor wel degelijk een handvat biedt, is dit wel voor een te brede context uit te leggen. Dat maakt dat het handhaven en interpretatie ervan niet gemakkelijk.

Feitelijk is dit de topprioriteit waarom de richtlijn aangepast moet worden. De huidige Machinerichtlijn voorziet op dit moment niet in het afdekken van deze opkomende technieken.

Aanpassingen

De overige zaken die aangepast zijn kunnen als volgt samengevat worden:

  • Onduidelijkheden in de scope en definities; waaronder de aansluiting op de Laagspanningsrichtlijn (LVD 2014/35/EU), maar ook de begrippen als ‘substantiële wijziging‘ en de grens tussen voltooide / niet-voltooide machines;
  • Te weinig mogelijkheden rondom ‘hoog-risico’ (ofwel de Bijlage IV) machines, in proces (zoals aanpassing van de lijst ‘on the fly’, delegated-act) als in de lijst die inmiddels al meer dan 15 jaar oud is;
  • ‘Green-deal’ ofwel de mate van papier die nodig is voor het genereren van een gebruiksaanwijzing, is niet meer van deze tijd;
  • Aanpassing en opname van definities en terminologie van het New Legislative Framework (in Nederland, NWK, Nieuw Wetgevende Kader);
  • Verschil in interpretatie door nationale omzetting naar wetgeving (uitgangspunt van een richtlijn).

Dit artikel is een reeks over de inhoud van de Machine producten Verordening. Deze verordening zal de Machinerichtlijn gaan vervangen. Het is daarom goed om voor zowel fabrikanten van machines als gebruikers om alvast te anticiperen op de wijzigingen in deze verordening.

In het artikel over de ‘artikelen‘ geven we een inkijk in de wijziging van de artikelen.

Bron:

© 2022 - Alle rechten voorbehouden - d-sc.nl

Website laten maken? SiteToGo.nl