Compliance en machineveiligheid

Van Praktijk naar Papier, verschenen in Safetywijzer 2023 – februari 2024

Om veiligheid aan te kunnen tonen, komen we tegenwoordig heel vaak het containerbegrip ‘compliance’ tegen. Immers, het moment dat we compliant zijn, zijn de regels afgedekt en; ‘zijn we veilig?’ De nadruk komt meer en meer te liggen op het aantonen dat iets voldoet, dat de regels gevolgd zijn. Daarmee komt de praktijk soms niet meer aan bod. Als het papierwerk maar klopt. Zijn we dan werkelijk veilig?

Het woord compliance of compliancy komt voort uit het Engelse woord ‘to comply’, wat ‘gehoorzamen’ of ‘zich er naar schikken’ betekent. Tegenwoordig wordt compliance gebruikt als containerbegrip voor de naleving van alle wet- en regelgeving in een organisatie. Het doel van compliance is om ervoor te zorgen dat een organisatie zich houdt aan de wettelijke vereisten en ethische normen die relevant zijn voor haar bedrijf. Dit kan betrekking hebben op zaken als financiële rapportage, gegevensbescherming, milieubescherming, consumentenbescherming, arbeidsveiligheid en natuurlijk machineveiligheid, maar daarnaast kan het een nog bredere scope bevatten, afhankelijk van de aard van de organisatie en de sector waarin ze actief is.

Wetten, voorschriften, normen en richtlijnen

Compliance verwijst daarmee naar het naleven van wetten, voorschriften, normen en richtlijnen die van toepassing zijn op een bepaalde sector, organisatie of activiteit. Het is het proces waarbij een organisatie of individu handelt in overeenstemming met de vastgestelde regels en voorschriften die van toepassing zijn op hun bedrijfsactiviteiten. Vanuit veiligheid voor machines en een veilige werkomgeving hebben we automatisch te maken met het Arbobesluit, hoofdstuk 7 (arbeidsmiddelen) en de nieuwe machines de Machinerichtlijn (warenwetbesluit machines).

Wanneer is een machine compliant? Als deze voorzien is van een CE-markering? Dat zou een eerste goede indicatie zijn, maar ook een machine voorzien van een CE-markering kan wel compliant zijn nog steeds niet veilig. Veiligheid heeft in de basis betrekking op het verminderen van risico’s en het voorkomen van schade aan mensen, eigendommen of processen (waarbij schade aan mensen prioriteit heeft). Een machine of systeem kan voldoen aan bepaalde voorschriften en toch niet veilig zijn als er niet voldoende maatregelen zijn genomen om risico’s te minimaliseren.

Papierwerk

Compliance is meestal een minimumvereiste, terwijl veiligheid het bredere doel is om ervoor te zorgen dat er geen schade optreedt. In de praktijk vertaalt dit zich vanuit machineveiligheid al snel in het op orde hebben van het papierwerk, zoals bijvoorbeeld, de RI&E is uitgevoerd, echter zijn de maatregelen zijn nog niet doorgevoerd…. Mogelijk nog niet eens vastgelegd in een plan van aanpak, Stel er wordt een risico op vallen geconstateerd vanaf grote hoogte, dat kan een ‘hoog’ risico betekenen, vooral omdat een val een groot effect kan hebben. Een ‘relatief simpele maatregel’ kan zijn dat er tijdelijk niet op die hoogte gewerkt wordt. Er kan dan een andere maatregel worden geïmplementeerd (aanbrengen van een leuning). Maar wat als nu dat genegeerd wordt? En er toch doorgewerkt wordt?

Maximale levensduur

Een ander voorbeeld wat in de dagelijkse praktijk regelmatig voorkomt is dat veiligheidssystemen (relais, veiligheidsPLC’s) een maximale levensduur hebben van twintig jaar. Functioneel werkt het na die twintig jaar nog, dus wordt het nog niet vervangen…. Terwijl het op elk moment zou kunnen falen. Er is nog steeds een veiligheidssysteem, maar werkt het nog? Een ander technisch voorbeeld is dichterbij huis te vinden, de aardlekschakelaar. In de meeste huishoudens is die aanwezig, maar wordt die minimaal twee keer per jaar getest? (Een mooi moment vormt het omschakelen van zomer naar wintertijd en andersom).

Compliance nagestreefd, veiligheid gemist

Soms gaat het verder en kan het ook zijn der compliance wordt nagestreefd maar veiligheid gemist wordt door het treffen van de verkeerde maatregel. De risicobeoordeling klopt, want er is een reductiemaatregel getroffen en er is rekening gehouden met de strategie van reducerende maatregelen. Een fabri- kant heeft een gevaar met opvolgend risico erkend vanuit de risicobeoordeling dat kan een intrekgevaar van een transportschroef zijn. Als maatregel hiervoor is gekozen voor een vaste afscherming (vastgezet met inbusbouten). Tot zover een prima oplossing.

Maar wat als er nu dagelijks moet worden schoongemaakt? Het blijkt namelijk dat de frequentie die de fabrikant had geschat te kort schiet. Daarbij moet de afscherming worden weggenomen, is de situatie dan nog steeds afdoende veilig? Of valt dit onder het redelijkerwijs verkeerd gebruik…. Want vermoedelijk zal de fabrikant in de gebruiksaanwijzing hebben aangegeven hoe er gereinigd moet worden, waarbij niet zomaar de afscherming weggenomen mag worden. Dat kan betwist worden…..

‘Papier’ en praktijk

Een ander voorbeeld, de fabrikant voert de afscherming uit met een veiligheidsschakelaar (blokkeer- scherm), vanuit de risicobeoordeling volgt een bepaalde mate van betrouwbaarheid, maar dit wordt te laag ingeschat. Hij is namelijk nog steeds vrij optimistisch. Ofwel de keuze van de schakelaar voldoet op papier prima, maar in werkelijkheid is de keuze te laag en is na een aantal jaren de schakelaar versleten en kan het systeem falen, met alle gevolgen voor de gebruiker. Waarbij de gebruiker niet in de gaten heeft dat de schakelaar na een bepaalde tijd vervangen moet worden, deze waant zich veilig, is compli- ant, maar veilig?

Zo zijn er nog meer voorbeelden te benoemen waarbij er compliant wordt gehandeld, maar waarbij de uiteindelijke situatie niet veilig is. Daarmee creëren we een papieren werkelijkheid, maar de praktijk is vaak weerbarstiger.

Compliant én veilig?

Of er nu aan de kant gekeken wordt van de fabrikant van machines of van de werkgever (de gebrui- ker), dan zit daar wat betreft compliance en veiligheid niet zoveel verschil. Met wel een belangrijke kanttekening, dat een nieuwe machine die niet ‘veilig’ is doorwerkt richting de werkgever. Die zal de machine in gebruik nemen. En zichzelf veilig wanen.

Is er nu een manier om toch zowel compliant als veilig te zijn? Voor zowel een fabrikant als een ge- bruiker is het altijd van belang om af te vragen; waarom? Waarom zijn de eisen gesteld zoals ze zijn gesteld, en dan lijken het vaak open deuren. Maar dat is juist de kracht van die Essentiële Veiligheids- en Gezondheidseisen (EVGE) en ook een klein beetje van de minimumvoorschriften (vanuit de Arbeidsmiddelenrichtlijn).

De trend is om alles maar vast te leggen, om meer vast te leggen en zodoende de juiste bewijslast te for- muleren. Ja, het is zeker waar dat het van belang is om bewijslast te vergaren en keuzes vast te leggen. Maar niet elke keuze hoeft worden vastgelegd. Juist die keuzes die vanuit een mogelijk ogenschijnlijke hoek komen of de keuzes die afwijken, discussie opleveren die moeten worden vastgelegd. Dat is een kant van het verhaal. Hierbij kan het gebeuren dat we de makkelijke keuzes vastleggen en niet die keu- zes die erop aankomen en die van belang zijn. En juist die keuzes vormen de kern van de CE-markering op een veilige machine. Die keuzes maken impact. Waarom worden bepaalde keuzes gemaakt, en waarom soms ook niet.

Alles ‘smart’

Even een kleine terugblik in de tijd en naar de toe komst. Of we nu kijken naar de huidige Machinerichtlijn of naar de Verordening machines. Dan zijn de verschillen in de essentiële eisen vrijwel minimaal.

Er zijn een aantal eisen bij gekomen, die hebben te maken met nieuwe ontwikkelingen zoals cybersecurity; denk eens na over waarom die eis opgenomen is?

We maken alles ‘smart’, maar ook het liefst benaderbaar van waar we maar willen. Zodat we overal en nergens kunnen monitoren en ingrijpen. Wat enorme voordelen biedt. Alleen heeft ‘altijd toegang’ een keerzijde, namelijk bedreigingen en die bedreiging moet worden beveiligd. Daarom.

Kracht

Over het algemeen zijn de eisen in de verordening vrijwel niet veranderd. Dat toont aan dat de kracht van die regelgeving er nog steeds is, al bijna 25 jaar lang een goed kader schept (gerekend vanaf de 98/37/EG versie). Simpel toch? Waarom zou je iets aanpassen als het goed werkt en doet wat het doel is, een kader scheppen voor een veilige machine. Waarom maken we gebruik van normen, als ze toch niet verplicht zijn? Dan kunnen we ze net zo goed niet gebruiken, toch? Dat kan natuurlijk, maar die normen bieden ons een ‘technische’ invulling van die kaders uit de eisen. En daarmee kunnen we sneller en makkelijker ontwerpen, we hoeven niet het wiel opnieuw uit te vinden. En wordt er, vermoedelijk, voldaan aan wat de richtlijn voorschrijft. ‘Vermoedelijk’ omdat we nog altijd zelf goed moeten toetsen of de situatie past. Probeer die toets altijd uit te voeren, dat hoeft niet volledig in schrift (tenzij het in het grijze vlak terecht komt).

Boerenverstand

Een van de EVGE-eisen gaat over de afscherming en dat die afscherming ‘voldoende ver’ geplaatst moet worden van de gevarenzone. Waarom is het ‘voldoende ver’? Simpel antwoord, omdat je niet in contact moet komen met ‘gevaarlijke bewegende delen’. Worden de delen anders gebouwd, of niet meer bewegend, is die afscherming dan nog nodig? Zo ja, dan kan dat ingevuld worden met een norm (bijvoorbeeld de ISO 13857, die concrete maatvoering geeft voor veiligheidsafstanden).

Maar soms kan het prima met boerenverstand. Dat laten ook c-normen zien. De EN 619 (stukgoed transporteurs) die voor het intrekken van vingers een ruimte van 5 mm geeft in plaats van de 4 mm vanuit de ISO 13857. De EN 415-7 laat een grotere ruimte dan 120 mm toe mits de invoer wordt ge- blokkeerd door transport en de zijkanten van de machine goed benaderbaar zijn met blokkeerschermen. De gedachte hierachter is dat wanneer een operator de machine goed kan benaderen en op een veilige manier bij een gevarenzone kan komen, dat deze toegang een betere weg biedt dan het over een transportsysteem heen moeten gaan liggen.

Dat laat zien dat op basis van gezonde principes en het zelf redeneren, nadenken een invulling gegeven kan worden aan de eisen. Ofwel soms bewust afwijken van normen. Goede overwegingen vormen de basis voor een solide ontwerp. Een ontwerper die nadenkt over een bepaalde oplossing bereikt misschien wel een veiligere oplossing dan het standaardantwoord; ‘zo doen we het altijd.’

Kindertijd

Door het stellen van de ‘waarom-vraag’ kan er invulling gegeven worden aan ‘veilige compliance’. Hiervoor is het noodzaak om logisch te redeneren, na te denken en te controleren of daarmee voldaan wordt aan een veilige situatie. Dat zou standaard in de gereedschapskist van elke ontwerper moeten zit- ten. Auteur Simon Sinek heeft het ‘Start with why; 2010)’ neergelegd: waarom, waarom is het op deze manier veilig? Waarom zijn die regels bedacht, hoe kan ik daar op een juiste manier invulling aangeven? En dat maakt zeker wel vaak dat oplossingen gelijkwaardig kunnen zijn (normen), maar niet zonder na te denken of dat de juiste oplossing is. Want standaardisatie is eenmaal ook een kracht om snel te kunnen ontwikkelen. Durf bewuste keuzes te maken. Niet alleen maar om compliant te zijn, maar durf ook af te wijken en daarmee in sommige gevallen een trendsetter te zijn. Vraag je altijd af waarom iets moet. Alsof we weer terug gaan naar onze kindertijd. Toen was het vragen waarom iets zo was heel normaal.

Bron:

  • Machinerichtlijn 2006/42/EG;
  • Verordening Machines 2023/1230;

© 2024 - Alle rechten voorbehouden - d-sc.nl

Website laten maken? SiteToGo.nl